ECLI:NL:GHSHE:2016:5588
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- A.P. Zweers-van Vollenhoven
- L.Th.L.G. Pellis
- P.J.M. Bongaarts
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging weigering toelating tot schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Appellant heeft bij de rechtbank verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een schuldenlast van ruim €441.000. De rechtbank wees dit verzoek af omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij te goeder trouw was geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. De rechtbank motiveerde dit onder meer door het ontbreken van inzicht in de vermindering van de schuldenlast, het voortzetten van een niet levensvatbare onderneming en het ontbreken van financiële stukken ter onderbouwing.
Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat de rechtbank zijn dossier onvoldoende had bestudeerd en dat hij wel degelijk stukken had overgelegd. Hij stelde dat het voortzetten van de onderneming niet automatisch duidt op kwade trouw en dat hij ondanks zijn psychosociale problemen nog beperkt werkte. Ook gaf hij aan dat er geen faillissementsvonnis was uitgesproken en dat hij het vonnis van de rechtbank niet herkende.
Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende inzicht had gegeven in de aard en het ontstaan van zijn schulden. De overgelegde stukken boden geen helderheid en vertoonden inconsistenties. Het hof stelde dat het aan appellant was om de schulden te onderbouwen en dat het ontbreken van relevante stukken voor zijn risico kwam. Daarom kon het hof niet vaststellen dat appellant te goeder trouw was geweest.
Gelet op deze overwegingen bekrachtigde het hof het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af wegens onvoldoende aannemelijkheid van goede trouw.