Appellant is bij vonnis van 22 januari 2015 toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank heeft op verzoek van de bewindvoerder de regeling tussentijds beëindigd omdat appellant meerdere kernverplichtingen niet naar behoren is nagekomen, waaronder het ontstaan van een boedelachterstand en het niet tijdig verstrekken van informatie.
Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat persoonlijke omstandigheden, zoals de opname van zijn dochter, hebben geleid tot de tekortkomingen. Hij stelde dat hij inmiddels een groot deel van de boedelachterstand had ingelopen en dat hij zich voortaan aan zijn verplichtingen zou houden. De bewindvoerder betwistte dit en stelde dat appellant sporadisch aan zijn informatieplicht voldoet en dat de boedelachterstand nog steeds aanzienlijk is.
Het hof oordeelde dat appellant de verplichtingen wederom niet naar behoren is nagekomen en dat er sprake is van een herhaling van zetten. De persoonlijke omstandigheden konden appellant niet worden toegerekend omdat hij niet tijdig hulp heeft gezocht of de bewindvoerder heeft geïnformeerd. Het hof achtte geen gronden aanwezig om de regeling te verlengen en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling.