Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- de memorie van grieven, met producties;
- de memorie van antwoord;
- het schriftelijk pleidooi van [appellant] van 15 september 2015;
- de pleitnotities in schriftelijk pleidooi van [geïntimeerde] van 15 september 2015;
- de antwoordakte van [geïntimeerde] van 13 oktober 2015.
6.De beoordeling
van degene die tot splitsing is overgegaan (cursivering hof). Deze bedoeling moet naar objectieve maatstaven worden afgeleid uit de omschrijving in de splitsingsakte en uit de daaraan gehechte tekening, bezien in het licht van de gehele inhoud van de akte en die tekening. Daarbij mag slechts acht worden geslagen op de gegevens die voor derden uit of aan de hand van de in de openbare registers ingeschreven splitsingsstukken kenbaar zijn. Indien de ingeschreven splitsingsstukken voor verschillende uitleg vatbaar zijn, dient de rechter vast te stellen welke uitleg van deze stukken naar objectieve maatstaven het meest aannemelijk is (vergelijk Hoge Raad 22 oktober 2010, NJ 2011/58). Daarbij mogen de stukken mede aan de hand van waarneming van de feitelijke kenmerken van het splitsingsobject uitgelegd worden. Voorts kan kennisneming van de situatie ter plaatse van belang zijn voor de beantwoording van de vraag welke uitleg van de splitsingsstukken tot de meest aannemelijke rechtsgevolgen leidt.
nietonaanvaardbaar dat [geïntimeerde] de juiste erfgrens vastgesteld en de alsdan ten onrechte op haar grond geplaatste heg verwijderd wenst te zien.
uitsluitendgebruik van de bij het gekochte appartementsrecht behorende tuin. Dit betekent dat, indien zou komen vast te staan dat de in het geding zijnde heg zich op het aan [geïntimeerde] toebehorende perceel bevindt, dit in strijd is met dat exclusieve gebruiksrecht van [geïntimeerde] .
gebouwlijnen (cursivering Hof) niet volledig met elkaar overeenkomen.