Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- [appellant] , bijgestaan door mr. van der Leeuw;
- mevrouw [bewindvoerder] , hierna te noemen: de bewindvoerder.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellant was toegelaten tot de schuldsaneringsregeling bij vonnis van 30 maart 2015. De rechtbank heeft de regeling tussentijds beëindigd op verzoek van de bewindvoerder, omdat appellant zijn verplichtingen niet naar behoren nakwam, met name de inlichtingenplicht. Appellant verzweeg meerdere pachtovereenkomsten en andere relevante feiten, waardoor de uitvoering van de regeling werd gefrustreerd.
Appellant voerde aan dat hij niet bewust handelde en dat er geen benadeling van schuldeisers was. Hij stelde dat betalingen via de bank liepen en dat hij na kennisname direct handelde om zaken recht te zetten. Ook betwistte hij de boedelachterstand en stelde dat de Ford Transit niet aan de boedel toebehoorde.
Het hof oordeelde dat appellant structureel zijn inlichtingenplicht heeft geschonden door niet spontaan te melden dat hij meerdere pachtovereenkomsten had gesloten, ook na toelating tot de regeling. De bewindvoerder ontdekte via postblokkade en derden meerdere niet gemelde overeenkomsten en voorraden. Dit leidde tot een ernstig verwijt en rechtvaardigde de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling.
De discussie over de Ford Transit en boedelachterstand was niet meer relevant. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van verplichtingen door appellant.