Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak/rolnr. 3413820 CV EXPL 14-9970)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het tegen [geïntimeerde] verleende verstek;
- de memorie van grieven.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak vordert International Card Services (ICS) betaling van een openstaand saldo van een creditcardovereenkomst en bijkomende kosten van de geïntimeerde. ICS stelt dat de geïntimeerde in verzuim is geraakt na 1 juli 2012 en heeft hem meerdere malen aangemaand tot betaling.
De geïntimeerde is in eerste aanleg en hoger beroep niet verschenen, waardoor verstek is verleend. De kantonrechter wees de vergoeding van buitengerechtelijke kosten af omdat ICS niet had voldaan aan de stelplicht om de datum van verzuim te vermelden en te onderbouwen, zoals vereist door artikel 6:96 lid 6 BW Pro en het BGK-Integraal 2013 rapport.
ICS ging in hoger beroep tegen deze afwijzing en stelde dat zij wel aan haar stelplicht had voldaan en dat het rapport BGK-Integraal 2013 de wet verkeerd interpreteert. Het hof oordeelde echter dat ICS onvoldoende concreet had gesteld op welke datum het verzuim was ingetreden, waardoor niet kon worden getoetst of aan de wettelijke vereisten was voldaan.
Het hof onderschreef de stelplichtregels uit het BGK-Integraal rapport en de toepasselijke procesrechtelijke bepalingen, en bevestigde het bestreden vonnis. ICS werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, terwijl de kosten aan de zijde van de geïntimeerde nihil werden begroot.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vergoeding van buitengerechtelijke kosten af wegens onvoldoende stelplicht over de verzuimdatum.