Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- de memorie van antwoord met één productie;
- de akte van [appellant] ;
- de antwoordakte van [geïntimeerde] met één productie.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft het hoger beroep van een vertegenwoordiger tegen zijn werkgever na beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens een duurzaam verstoorde arbeidsrelatie. De werknemer vordert onder meer een verklaring dat het ontslag kennelijk onredelijk was en een vergoeding, alsmede betaling van provisie over de periode dat hij op non-actief was gesteld.
De kantonrechter had het ontslag niet als kennelijk onredelijk beoordeeld en een deel van de provisie toegewezen. Het hof onderzoekt of de gevolgen van het ontslag voor de werknemer te ernstig zijn in verhouding tot het belang van de werkgever en concludeert dat hoewel de gevolgen ernstig zijn, het belang van de werkgever om de verstoorde relatie te beëindigen zwaarder weegt.
Ten aanzien van de provisie over de periode 1 juli 2013 tot 1 december 2013 oordeelt het hof dat de referentieperiode moet worden aangepast naar dezelfde periode in 2012, waardoor een hogere provisie verschuldigd is. Het hof vernietigt het vonnis voor zover het de provisie betreft en wijst een aanvullend bedrag toe. De overige vorderingen worden afgewezen en de werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst een aanvullende provisievergoeding toe en bevestigt dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was.