[appellant] heeft gesteld dat [geïntimeerde] bewust heeft aangestuurd op een escalatie. Hiertoe voert [appellant] onder meer aan dat hij, in strijd met de afspraak dat er geen rechtstreekse communicatie tussen hem en [managing director] zou zijn, rechtstreeks onder de leiding van [managing director] is geplaatst, dat hij werd gedwongen dagelijks in plaats van wekelijks dagrapportages in te dienen, dat al zijn externe correspondentie eerst moest worden goedgekeurd door [managing director] en dat over een nieuwe lease-auto niet werd gesproken, terwijl het leasecontract van zijn toenmalige auto in februari 2013 eindigde en dat hij in een auto kon gaan rijden die nog bij [geïntimeerde] stond. Bovendien voert [appellant] aan dat [geïntimeerde] de mediation abrupt eenzijdig heeft beëindigd terwijl er overleg plaatsvond over een oplossing.
Met het voorgaande heeft [appellant] zijn stelling dat [geïntimeerde] heeft aangestuurd op een breuk onvoldoende onderbouwd.
Immers vast staat dat de leidinggevende van [appellant] op 1 december 2012 is vertrokken. [geïntimeerde] was dus genoodzaakt een andere leidinggevende aan te stellen en het is aan [geïntimeerde] daar een keuze in te maken. [appellant] heeft niet gesteld dat [geïntimeerde] op dat moment andere mogelijkheden had dan de inzet van [managing director] om te voorzien in de ontstane vacature van leidinggevende van [appellant] .
Voorts volgt uit de overgelegde correspondentie dat [geïntimeerde] , die aanvankelijk dagelijkse inzending van de dagrapporten vergde, dit na bespreking met [appellant] heeft teruggedraaid naar wekelijkse toezending van de dagrapporten.
Hierbij komt dat [appellant] niet heeft gesteld dat de instructie in de mail van 17 december 2012 van [geïntimeerde] aan [appellant] , dat externe communicatie van [appellant] door [managing director] vooraf moest worden goedgekeurd, daadwerkelijk is gehandhaafd door [geïntimeerde] .
Uit de mail van 17 december 2012 van [geïntimeerde] aan [appellant] blijkt ten aanzien van de leaseauto niet er geen nieuwe leaseauto zou komen. Uit die mail blijkt slechts dat er bij het einde van het huidige leasecontract nog geen andere leaseauto voorhanden is en dat [appellant] dan enige tijd in een andere auto kon rijden. Het gebruik van de woorden “enige tijd” duidt erop dat daarna weer een leaseauto ter beschikking kon komen. Dat blijkt ook uit de mail van [geïntimeerde] aan [appellant] van 13 februari 2013, waarin wordt medegedeeld dat [appellant] een lijst wordt toegestuurd waaruit hij een leaseauto kan kiezen.
Verder blijkt uit de ontslagaanvraag dat er op 24 januari 2013 en 11 februari 2013 gesprekken zijn geweest tussen [managing director] enerzijds en [appellant] , bijgestaan door een vertrouwenspersoon, anderzijds, welk gesprekken er op waren gericht zaken die [appellant] dwars zaten te bespreken.
Tenslotte heeft [geïntimeerde] in haar mail van 11 april 2013 voorgesteld dat [managing director] als leidinggevende van [appellant] zou worden vervangen door de vertrouwenspersoon van [appellant] , de heer R. de Reus, dat [appellant] zijn dagrapporten wekelijks mocht inleveren en dat [appellant] de gelegenheid kreeg pijnpunten die hij nog had schriftelijk aan te geven. In deze mail wordt ook voorgesteld om desgewenst middels mediation te bezien of een oplossing kan worden bereikt. Hierop heeft de raadsvrouwe van [appellant] bij mail van 17 april 2013 aan [geïntimeerde] medegedeeld dat [appellant] geen vertrouwen heeft in de voorgestelde oplossing en dat [appellant] zich ziek heeft gemeld.
Bij mail van 23 april 2013 heeft [geïntimeerde] aan de raadsvrouwe van [appellant] medegedeeld dat zij, [geïntimeerde] , bereid is een mediationtraject te starten. Op 16 mei 2013 en 5 juni 2013 zijn mediationgesprekken gehouden, maar die hebben de verstoorde relatie niet kunnen normaliseren. Of voortzetting van de mediationgesprekken wel tot een oplossing zou hebben geleid is speculatief.
In het licht van het voorgaande heeft [appellant] onvoldoende gesteld om te kunnen concluderen dat de tussen partijen verstoorde arbeidsrelatie vooral aan [geïntimeerde] valt te verwijten.