Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/01/288954/KG ZA 15-39)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties;
- het pleidooi, waar partijen pleitnotities hebben overgelegd.
3.De beoordeling
nietdan wel
niet volledigaan de veroordelingen zou voldoen. Daarbij heeft de voorzieningenrechter het maximaal aan dwangsommen te verbeuren bedrag gesteld op € 50.000,00. Bij het vaststellen van de hoogte van de dwangsom en het maximaal te verbeuren bedrag, heeft de voorzieningenrechter aldus geen onderscheid gemaakt tussen het geheel niet nakomen van de veroordeling dan wel het niet volledig nakomen daarvan.
Het staat het hof in beginsel niet vrij een dwangsom te verminderen wanneer – naast gedeeltelijke niet-nakoming – aan een (groot) deel van een veroordeling wel is voldaan. Slechts in geval het in stand houden van het totaal aan verbeurde dwangsommen, in verhouding tot (de waarde van) de niet nagekomen verplichting, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar moet worden geacht, kan tot vermindering van dat totaalbedrag worden beslist. Dat van een dergelijke wanverhouding in dit geval sprake is, is door Vijfde Wiel niet, althans onvoldoende gemotiveerd aangevoerd en is het hof niet gebleken.