ECLI:NL:GHSHE:2016:899
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- L.Th.L.G. Pellis
- A.P. Zweers-van Vollenhoven
- A.J. Coster
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging weigering toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Appellant verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een totale schuldenlast van ruim €18.700, waaronder belastingschulden en boetes. De rechtbank wees dit verzoek af omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van de schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij arbeidsongeschikt was verklaard, een onderneming had gedreven en een accountant had ingeschakeld voor belastingaangiften. Hij stelde dat hij pogingen had gedaan tot minnelijke regelingen en dat ontbrekende jaarstukken door de gemeente waren ingediend. Tevens deed hij een beroep op de hardheidsclausule.
Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende inzicht had gegeven in het ontstaan van de zakelijke schulden, mede door het ontbreken van jaarstukken en een uittreksel uit het handelsregister. Het hof stelde vast dat belastingschulden en boetes voor verkeersovertredingen in principe niet te goeder trouw zijn ontstaan. Ook was onvoldoende gebleken dat appellant actief toezicht hield op zijn fiscale verplichtingen.
Gelet op deze feiten en het ontbreken van voldoende bewijs van goede trouw, bevestigde het hof het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af wegens onvoldoende aannemelijkheid van goede trouw.