Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de brief van de pleegouders van 5 januari 2017;
- de ter zitting door de moeder overgelegde aantekeningen.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank Limburg die het ouderlijk gezag over haar minderjarige kind beëindigde en de gecertificeerde instelling (GI) tot voogd benoemde. Het kind verblijft sinds 2005 onder toezicht en is uit huis geplaatst bij pleegouders, de grootouders van vaderszijde.
De moeder betwistte de noodzaak van beëindiging van haar gezag en stelde dat het belang van het kind bij continuïteit en hechting in het pleeggezin voldoende gewaarborgd is zonder beëindiging van het gezag. Zij uitte ook zorgen over mogelijke loyaliteitsconflicten en de gevolgen voor de relatie met haar kind.
De GI, de Raad voor de Kinderbescherming en de pleegouders onderschreven het belang van duidelijkheid over het toekomstperspectief van het kind en ondersteunden de beëindiging van het gezag. Het kind zelf gaf aan dat hij wil dat de pleegouders de voogdij krijgen.
Het hof overwoog dat het kind ernstig wordt bedreigd in zijn ontwikkeling en dat de moeder niet in staat is haar verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding binnen een aanvaardbare termijn te dragen. Het belang van het kind bij continuïteit, duidelijkheid en hechting in het pleeggezin weegt zwaarder dan het belang van de moeder bij behoud van gezag. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over de minderjarige en benoemt de gecertificeerde instelling tot voogd.