ECLI:NL:GHSHE:2017:1246
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging weigering toelating schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Appellant verzocht de rechtbank om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een schuldenlast van ruim €23.855,83, waaronder belastingschulden en een schuld aan het UWV. De rechtbank wees het verzoek af omdat appellant niet te goeder trouw was bij het ontstaan van deze schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
De rechtbank baseerde dit oordeel onder meer op verklaringen van appellant dat hij bewust inkomsten uit arbeid niet had gemeld bij het UWV om extra geld te verkrijgen en dat hij wegenbelasting en verzekeringen van een oldtimer niet had betaald terwijl hij zich hiervan bewust was. Ook waren er schulden aan het CJIB die niet waren vermeld op de schuldenlijst.
Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat de belastingschulden te oud waren om mee te wegen, dat hij zich niet bewust was van de meldingsplicht bij het UWV en dat hij een beroep deed op de hardheidsclausule. Tijdens de mondelinge behandeling was appellant wegens ziekte afwezig.
Het hof oordeelde dat appellant wel degelijk wist of had moeten weten dat hij zijn neveninkomsten aan het UWV had moeten melden en dat de belastingschulden en boetes aan het CJIB niet te goeder trouw waren ontstaan. Het beroep op de hardheidsclausule faalde omdat appellant onvoldoende had aangetoond dat hij grip had gekregen op de omstandigheden die tot zijn schulden hadden geleid. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de weigering van toelating tot de schuldsaneringsregeling wegens het ontbreken van goede trouw bij het ontstaan van de schulden.