ECLI:NL:GHSHE:2017:1247
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging weigering toelating schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Appellant verzocht de rechtbank om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens een totale schuldenlast van ruim €60.000. De rechtbank wees het verzoek af omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij te goeder trouw was bij het ontstaan van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Appellant stelde dat hij de schulden onbewust had gekregen door het overnemen van een VOF van zijn vader en dat hij misleid was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij naïef had gehandeld en direct actie had ondernomen toen hij de schulden ontdekte. Hij deed tevens een beroep op de hardheidsclausule omdat hij op of onder bijstandsniveau leefde en zijn best deed om zijn schulden af te lossen. Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende inzicht had gegeven in de aard en het ontstaan van zijn schulden, mede door het ontbreken van jaarstukken en bewijsstukken.
Het hof stelde vast dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij te goeder trouw was en dat het beroep op de hardheidsclausule niet slaagde omdat hij onvoldoende had aangetoond grip te hebben gekregen op de omstandigheden die tot de schulden leidden. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wegens het ontbreken van goede trouw en wijst het beroep op de hardheidsclausule af.