ECLI:NL:GHSHE:2017:1248
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming verplichtingen en benadeling schuldeisers
Appellant werd bij vonnis van 23 december 2015 toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. De bewindvoerder verzocht tussentijdse beëindiging van deze regeling wegens het niet nakomen van verplichtingen door appellant, het ontstaan van nieuwe bovenmatige schulden en het benadelen van schuldeisers.
De rechtbank oordeelde dat appellant zijn informatie-, sollicitatie- en afdrachtverplichtingen onvoldoende was nagekomen, nieuwe schulden had laten ontstaan en niet saneringsgezind handelde. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel degelijk had gesolliciteerd en dat sommige schulden of omstandigheden niet toerekenbaar waren.
Het hof stelde vast dat appellant onvoldoende sollicitatiebewijzen aanleverde, de informatieplicht niet nakwam, nieuwe bovenmatige schulden had laten ontstaan en schuldeisers toerekenbaar had benadeeld door giften van zijn vriendin niet aan de boedel af te dragen. Tevens had appellant bij toelating feiten verzwegen die tot afwijzing hadden kunnen leiden. Het hof vond geen grond voor verlenging van de regeling.
Daarom werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling gehandhaafd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van verplichtingen en benadeling van schuldeisers.