Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond, en
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende heeft aan zijn woning een verhoogd terras met schutting aangebracht waarvoor de gemeente oordeelde dat een omgevingsvergunning vereist was. Na kennisgeving van deze vergunningsplicht heeft belanghebbende alsnog een vergunning aangevraagd en verkregen. De gemeente legde vervolgens een aanslag bouwleges op van €668, gebaseerd op de geldende verordening en tarieventabel.
Belanghebbende betwistte de aanslag en stelde dat zijn bouwwerk vergunningsvrij was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en belanghebbende ging in hoger beroep bij het hof. Tijdens de zitting verscheen alleen belanghebbende; de heffingsambtenaar was afwezig. Het hof oordeelde dat het niet bevoegd is om te beoordelen of een vergunning al dan niet nodig was, dat is voor de bestuursrechter.
Omdat belanghebbende ter zitting verklaarde de leges terecht te achten indien de vergunning nodig was, bevestigde het hof de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Het hof wees ook een vergoeding van griffierecht en proceskosten af. De uitspraak werd op 30 maart 2017 gedaan en aan partijen verzonden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de aanslag bouwleges bevestigd.