Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
[Bouwbedrijf] Bouwbedrijf B.V.,
10.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 24 november 2015, waarbij het hof [Grondwerken] heeft toegelaten om te bewijzen dat aan haar nader opgesomde werkzaamheden zijn opgedragen en dat die door haar zijn verricht;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 9 maart 2016;
- het proces-verbaal van contra-enquête en comparitie van 25 mei 2016;
- de door de griffier opgemaakte akte depot d.d. 16 juni 2016 waarin is vermeld dat namens [Bouwbedrijf] is gedeponeerd de bouwtekening project [bloembinders] bloembinders;
- het proces-verbaal van voortzetting getuigenverhoor van 28 september 2016;
- de zijdens [Grondwerken] genomen memorie na enquête, waarbij producties zijn overgelegd;
- de zijdens [Bouwbedrijf] genomen memorie na enquête en contra-enquête, tevens houdende verzoek tot het terugkomen op een bindende eindbeslissing, waarbij producties zijn overgelegd.
11.De beoordeling
Het door u aangehaalde dat uw cliënt meerwerk heeft verricht kan en wil ik niet betwisten.”, dit meerwerk onvoldoende gemotiveerd is betwist. Het hof heeft aldus niet de in eerste aanleg gevoerde betwistingen van [Bouwbedrijf] over het hoofd gezien, maar die onvoldoende geoordeeld bezien in het licht van de gemaakte analyse en hetgeen [Grondwerken] omtrent juist die betreffende meerwerkzaamheden heeft aangevoerd.
) vermeld: Dat zou ik niet meer weten. (…) Ik meen dat ik op de uitvoeringsbonnen heb gezien dat er stampbeton is geleverd. Dat heeft met die slechte grondslag te maken. Ik geloof niet dat ik daar zelf bij ben geweest.”
). Dat heb ik niet met dhr. [uitvoerder 2] besproken. Hij kan het vast (…) toelichten.”
Ik zie op de lijst, die ik heb gekregen en waarover de bewijsopdracht gaat, allerlei werkzaamheden die gewoon uitgevoerd moesten worden. Ik kan met die lijst bijna niets. (…)
).(…)”.