ECLI:NL:GHSHE:2017:177
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging weigering toelating schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
De appellant verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een aanzienlijke schuldenlast, waaronder grote belastingschulden. De rechtbank wees dit verzoek af omdat niet aannemelijk was dat appellant te goeder trouw was geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij niet bewust belastingaangiften had nagelaten en dat hij in financieel zwaar weer verkeerde, waardoor hij betalingsprioriteiten moest stellen. Hij stelde dat de aangifte inkomstenbelasting 2014 inmiddels was ingediend en deed een beroep op de hardheidsclausule. Het hof oordeelde echter dat belastingschulden vanwege hun aard in beginsel niet te goeder trouw zijn ontstaan en dat appellant bewust betalingsprioriteiten stelde, waardoor hij niet te goeder trouw was.
Daarnaast ontbraken essentiële jaarstukken over 2012 en 2013, waardoor onvoldoende inzicht bestond in het ontstaan van zakelijke schulden. Het beroep op de hardheidsclausule werd verworpen omdat appellant lang heeft doorgegaan met het exploiteren van een verliesgevende onderneming zonder werkelijke gedragsverandering.
Het hof concludeerde dat de rechtbank terecht het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling had afgewezen en bekrachtigde het vonnis.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de weigering tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw.