ECLI:NL:GHSHE:2017:1856
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende goede trouw en onvoldoende inspanning
De appellant verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) vanwege een aanzienlijke schuldenlast, waaronder preferente belastingschulden. De rechtbank wees dit verzoek af omdat niet aannemelijk was dat appellant zijn verplichtingen uit de regeling naar behoren zou nakomen en zich voldoende zou inspannen om baten voor de boedel te verwerven. Daarnaast waren er onduidelijkheden over de omvang van de belastingschulden en de woonsituatie van appellant.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij niets had verzwegen over zijn woonsituatie en dat hij de belastingschuld nader zou toelichten. Tijdens de behandeling kwam naar voren dat appellant sinds april 2014 voor 61% arbeidsongeschikt is en een WIA-uitkering ontvangt, maar dat hij pas vanaf november 2016 aantoonbaar sollicitaties verrichtte. Dit was na het indienen van het verzoekschrift WSNP, terwijl hij eerder had kunnen solliciteren gezien zijn verdiencapaciteit.
Het hof oordeelde dat de belastingschulden niet definitief vaststaan en dat er een risico bestaat op nieuwe belastingschulden die niet door de schuldsanering worden gedekt. Ook achtte het hof onvoldoende aannemelijk dat appellant te goeder trouw was geweest ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Gezien het late begin van sollicitatieactiviteiten en de onduidelijkheden bevestigde het hof de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de WSNP.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot toelating tot de WSNP af wegens onvoldoende aannemelijkheid van goede trouw en onvoldoende inspanning.