Appellante was toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, maar de rechtbank beëindigde deze tussentijds omdat zij haar verplichtingen niet naar behoren nakwam. Kernverplichtingen zoals het verstrekken van informatie en het voldoen aan de sollicitatieplicht werden onvoldoende nagekomen, ondanks waarschuwingen en verzoeken van de bewindvoerder en rechter-commissaris.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij door taalproblemen en medische omstandigheden niet altijd adequaat kon voldoen, maar erkende ook dat zij voortaan medewerking zal verlenen. De bewindvoerder en beschermingsbewindvoerder stelden echter dat appellante onvoldoende informatie verstrekte en geen bewijs van sollicitaties aanleverde, waardoor de regeling niet effectief kon worden uitgevoerd.
Het hof oordeelde dat de tekortkomingen aan appellante zijn toe te rekenen, mede gezien de herhaalde waarschuwingen en geboden herstelmogelijkheden. Ook het feit dat zij de Nederlandse taal voldoende beheerst en hulp bij vertaling had kunnen inschakelen, weegt mee. Daarom is de tussentijdse beëindiging van de regeling terecht en wordt het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.