Uitspraak
GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/04/127284/HA ZA 14-10)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
a) de uitkering vervalt op het moment dat de comparante sub 2 trouwt of gaat samenwonen als ware zij getrouwd.
magafleggen en dat deze daarom buiten beschouwing moet blijven. Ook vragen zij zich af of een notaris zich zoveel jaar na het verlijden van een akte zich precies herinnert wat partijen daarmee op het oog hadden. Deze argumenten staan niet in de weg aan de bruikbaarheid van de verklaring. Of een notaris al dan niet zich moet onthouden van het afleggen van een dergelijke verklaring is hier niet aan de orde: hij
heeftde verklaring afgelegd en appellante beroept zich erop. Het enkele tijdsverloop tussen het verlijden van de akte en het opstellen van de verklaring daarover is onvoldoende reden om op voorhand aan de juistheid ervan te twijfelen.
5.De uitspraak
woensdagenin de periode van 4 tot 12 weken na de datum van dit arrest;