Belanghebbende was het niet eens met de door de Inspecteur opgelegde aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2010, 2011 en 2012. Zij had onder meer aftrekposten opgevoerd voor levensonderhoud kinderen, specifieke zorgkosten, scholingsuitgaven, giften en lijfrentepremies, die door de Inspecteur niet werden erkend.
De Rechtbank had de beroepen ongegrond verklaard en belanghebbende stelde hoger beroep in. Tijdens de zitting verscheen belanghebbende niet, ondanks tijdige uitnodiging. Het Hof stelde vast dat de uitnodiging correct was verzonden en dat de Inspecteur alle relevante stukken had overgelegd.
Het Hof bevestigde de oordelen van de Rechtbank dat belanghebbende onvoldoende bewijs had geleverd voor de aftrekposten. Zo was er geen bewijs voor de medische noodzaak van de chelatietherapie, onvoldoende specificatie van vervoerskosten, en geen bewijs van betaling van lijfrentepremies. Ook de correcties van loon en uitkering door de Inspecteur werden terecht aangenomen.
De hoger beroepen werden ongegrond verklaard, de uitspraken van de Rechtbank bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Belanghebbende kan nog cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.