ECLI:NL:HR:2017:2437

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 september 2017
Publicatiedatum
21 september 2017
Zaaknummer
17/02832
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden

Belanghebbende had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch betreffende aanslagen inkomstenbelasting en heffingsrente over de jaren 2010 tot en met 2012.

Het beroepschrift in cassatie voldeed niet aan de vereisten van artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb, omdat het de gronden van het beroep ontbraken. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende vervolgens per aangetekende brief in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen zes weken te herstellen.

De termijn voor herstel eindigde op 31 juli 2017, maar belanghebbende heeft niet tijdig gereageerd. De brief die op 1 augustus 2017 binnenkwam, werd als te laat beschouwd en buiten beschouwing gelaten. Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werden geen proceskosten toegewezen.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden en het niet tijdig herstellen van dit verzuim.

Uitspraak

22 september 2017
Nr. 17/02832
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 4 mei 2017, nrs. 15/00984, 15/01374 en 15/01375, betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2010 tot en met 2012 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Het beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van het beroep.
Bij aangetekende brief van 19 juni 2017, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, heeft de griffier van de Hoge Raad belanghebbende in de gelegenheid gesteld dat verzuim binnen zes weken na de dagtekening van deze brief te herstellen. Die termijn eindigde op 31 juli 2017.
Nu herstel van het verzuim niet tijdig heeft plaatsgevonden – de op 1 augustus 2017 bij de Hoge Raad ingekomen brief wordt als te laat ingekomen buiten beschouwing gelaten –, zal de Hoge Raad met toepassing van het bepaalde in artikel 6:6 Awb Pro het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 22 september 2017.