Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.De verstekarresten van 26 april 2016 en 13 september 2016
2.Het geding in verzet
- de verzetdagvaarding van 14 oktober 2016;
- het H3-formulier van [geopposeerde] voor de rol van 13 december 2016 dat is aangemerkt als akte;
- de akte uitlating (tegen)bewijslevering/toelichting grief in incidenteel beroep van [opposant] van 17 januari 2017;
- het H3-formulier van [geopposeerde] van 16 januari 2017;
- de antwoordakte van [geopposeerde] van 14 februari 2017.
3.De standpunten van partijen
4.De beoordeling
op nader aan te voeren gronden" gedagvaard om voort te procederen op de appeldagvaarding van 26 juni 2015 en heeft hij in het petitum geconcludeerd "
tot gegrondverklaring van het verzet, vernietiging van de gewezen arresten, gedeeltelijke vernietiging van het aangevallen vonnis dan wel de aangevallen vonnissen, volledige toewijzing van het in eerste aanleg gevorderde, met veroordeling van [geopposeerde] tot betaling van al hetgeen [opposant] op grond van voornoemde arresten aan [geopposeerde] voldeed (…)."
dat zij op 16 augustus 2013 contant een bedrag van € 2.600,- aan [opposant] heeft teruggegeven". Ter voldoening aan deze bewijsopdracht heeft [geopposeerde] zichzelf en haar zus [zus van appellante] als getuigen doen horen. Verder heeft zij een beroep gedaan op een (kopie en het origineel van een) schriftelijke verklaring met de titel "
Verklaring terugbetaling gestort giraal geld" (productie 1 mvg). Het hof zal [opposant] op de voet van artikel 168 Rv Pro toelaten om in hoger beroep alsnog getuigen in contra-enquête te doen horen. Afhankelijk van de uitkomst van het getuigenverhoor kan daarna eventueel, zoals in de memorie van grieven subsidiair door [geopposeerde] verzocht, een deskundige worden benoemd om onderzoek te verrichten naar de authenticiteit van de handtekening van [opposant] onder de kopie "
Verklaring terugbetaling gestort giraal geld".