Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond; en
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een voorlopige aanslag leges van €552.920 die was opgelegd in verband met een aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw van een distributiecentrum. De Heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond.
Belanghebbende stelde in hoger beroep dat het bezwaar wel tijdig was ingediend, maar erkende ter zitting dat het bezwaarschrift, hoewel gedagtekend op 26 maart 2014, pas op 27 maart 2014 ter post was bezorgd, waardoor het niet binnen de zes weken durende termijn viel die op 26 maart 2014 eindigde. Het hof oordeelde dat de Heffingsambtenaar terecht het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard.
De overige geschilpunten, waaronder de bevoegdheid tot het opleggen van de aanslag en de toepassing van het normblad NEN 2580, behoefden geen verdere behandeling. Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een vergoeding van griffierecht en proceskosten af. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.