Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,
[appellante] ,beiden wonende te [woonplaats] ,
ING Bank N.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
1.[geïntimeerde 1] B .V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/241740/HA ZA 12-54)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven van ING;
- de memorie van grieven van [appellanten c.s.] met producties;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerden c.s.] jegens ING;
- het verzoek tot ontslag van instantie ex artikel 353 jo Pro 127a Rv tevens memorie van antwoord van [geïntimeerden c.s.] jegens [appellanten c.s.] ;
- het pleidooi, waarbij ING en [appellanten c.s.] pleitnotities hebben overgelegd;
- de bij brief van 10 november 2014 door [appellanten c.s.] toegezonden producties, die de advocaat bij het pleidooi bij akte in het geding heeft gebracht.
3.De beoordeling
‘Deze leningen zijn aan mij in privé verstrekt, dat zie ik hier in mijn stukken’(proces-verbaal comparitie, p. 4 bij de posten A, B en C), zodat ook daarom aan die stelling voorbij dient te worden gegaan.