Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[de vennootschap 3],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de heer [voorzitter van de OR] , voorzitter van de OR, bijgestaan door mr. Jansen;
- de heer [directeur van de vennootschap 1] , directeur van [de vennootschap 1] , bijgestaan door mr. Brouwer.
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg van 4 oktober 2016;
- de ter zitting van dit hof overgelegde en voorgedragen pleitnota’s van mrs. Jansen en Brouwer.
3.De beoordeling
“inrichting van de medezeggenschapsstructuur in het kader van de aanbesteding” uit te voerendoor de externe deskundige mr. [externe deskundige] van [advocaten/mediators] Advocaten / Mediators.
“Vanuit jullie brief (…) leid ik af, dat jullie willen weten of [de vennootschap 2] Limburg vanaf 11 december 2016 een onderneming is volgens de WOR artikel 1c. Dit is echter geen bevoegdheid van de ondernemingsraad van ons huidig bedrijf, [de vennootschap 1] Transport, maar van [de vennootschap 2] . Om deze reden wijs ik jullie verzoek tot het vergoeden van juridische kosten af.”
[de vennootschap 3]is geworden. Daarop heeft de OR verklaard er geen bezwaar tegen te hebben als het hof in (de kop van) deze uitspraak de nieuwe naam vermeldt. Het hof zal voor de leesbaarheid van deze beschikking, alsook gezien de aanduiding ‘ [de vennootschap 1] ’ als gehanteerd in alle processtukken de nieuwe naam enkel in de kop en in het dictum vermelden en [de vennootschap 3] verder enkel aanduiden met de (oude) naam [de vennootschap 1] .
4.De beslissing
20 juli 2017het deskundigenrapport en de gespecificeerde nota’s over te leggen -als in onderdeel 3.5.5 en 3.5.6 bedoeld- als ook eventuele toelichting op deze bescheiden te verschaffen, zulks onder gelijkluidend afschrift van een en ander aan de advocaat van [de vennootschap 1] ;
17 augustus 2017te reageren, zulks onder gelijkluidend afschrift van een en ander aan de advocaat van de OR;