Uitspraak
9.Het geding in hoger beroep
10.De beoordeling
“Omdat voor een rechtshandeling als de onderhavige krachtens artikel 1:88 BW Pro mijn instemming vereist is, (…)”, en vervolgens heeft zij bij die brief die rechtshandeling ook vernietigd. Gelet daarop kan niet worden geoordeeld dat het hof met zijn oordeel dat Nederlands recht van toepassing is, een eindbeslissing heeft genomen die berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag. Het hof komt daarop dan ook niet terug.