Uitspraak
5.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/04/116331/HA ZA 12-185)
6.Het geding in hoger beroep
7.De beoordeling
De heer [appellant] is in privé aansprakelijk indien schuldenaar geen verhaal zou bieden jegens schuldeiser uit hoofde van deze overeenkomst.”. Hij bedoelt met deze grief kennelijk aan te voeren dat de geldleningsovereenkomst op zich zelf beschouwd en art. 7 van Pro die overeenkomst voor zover inhoudende dat er een pandrecht zal worden gevestigd, niet geldig zijn gelet op hetgeen [Investments] in de procedure tussen [Recylcing en Beheer] B.V. en [Investments] heeft aangevoerd en dat hij daarop een beroep kan doen.
“ [appellant] is van [Investments] Investments B.V. de bestuurder”en hij heeft niet gegriefd tegen rov. 3.21 van het tussenvonnis van 14 augustus 2013 waarin is vastgesteld dat hij indirect bestuurder en aandeelhouder is van [Investments] (zie ook productie 6 inleidende dagvaarding en de opmerking van [appellant] in nr. 70 memorie van grieven dat hij namens [Investments] optreedt als bestuurder). Aldus is krachtens lid 5 van art. 1:88 BW Pro de toestemming van de echtgenoot voor de borgstelling niet nodig. De door de echtgenote van [appellant] ingeroepen vernietiging slaagt daarmee niet.