De woningcorporatie [appellante] vordert in hoger beroep terugbetaling van rente die het incassobureau [geïntimeerde] decennialang heeft geïncasseerd maar niet heeft afgedragen. Zij stelt dat sprake is van onverschuldigde betaling en ongerechtvaardigde verrijking. Tevens wordt gesteld dat het incassobureau beroepsfouten heeft gemaakt in meer dan 900 dossiers.
De rechtbank wees de vorderingen af omdat onvoldoende gemotiveerd was betwist dat een oude afspraak bestond waardoor het incassobureau de rente mocht behouden als vergoeding voor werkzaamheden. Ook werd het beroep op een exoneratiebeding aanvaard, omdat geen sprake was van opzet of grove schuld.
In het incident vordert de woningcorporatie inzage in administratieve en financiële stukken ter onderbouwing van haar vorderingen. Het hof oordeelt dat de gevraagde stukken onvoldoende concreet zijn aangeduid, waardoor de vordering niet voldoet aan artikel 843a Rv. De vordering wordt daarom afgewezen. De hoofdzaak wordt aangehouden voor beraad. De woningcorporatie wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident.