Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
arrest van 8 augustus 2017
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] , en 2. [geintimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] , geïntimeerden, hierna gezamenlijk in mannelijk enkelvoud aangeduid als [geïntimeerden c.s.] , advocaat: mr. R.A. Baltes te Tilburg,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/230203/KG ZA 16-678)
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
partnerof a competitor” is geweest of “directly or indirectly
sharesor other
interestsin such a company” heeft gehad of dat [coöperatie 1] kan worden verweten “otherwise
promotesuch competitor” (onderstrepingen hof). Bovendien is de onderbouwing van [de vennootschap 1] slechts gebaseerd op haar aanname dat [coöperatie 1] vóór 22 maart 2016 al een nieuwe producent had benaderd. Hierbij komt dat [de vennootschap 1] niet concreet heeft gespecificeerd wanneer [coöperatie 1] na 22 maart 2016 zou zijn begonnen met vervangende activiteiten.
Coöperatie [coöperatie 1] ., represented by [geïntimeerde 1] and [geintimeerde 2] ,” als “
Distributor” 3.17.2. In 1.1. van voormelde overeenkomst is verwoord dat “
Distributoraccepts the obligations of this Agreement”. 3.17.3. De “No-Competition Clause” onder 1.2 vermeldt dat “
Distributorhas no right to be a direct or indirect partner of a competitor of the Principal”. 3.17.4. Artikel 8 van Pro de distributie-overeenkomst houdt in dat “None of the
Partiesmay disclose to third parties any technical, financial or commercial information””. 3.17.5. De overeenkomst is door “
Distributor: [handelsnaam 1 van coöperatie 1] /Coöperatie [coöperatie 1].” ondertekend door [geintimeerde 2] en [geïntimeerde 1] , beiden als “Co-Chairman”. 3.17.6. In artikel 1.2 van de distributie-overeenkomst is weliswaar opgenomen dat “This obligation also applies to parent companies or shareholders of the Distributor”, maar [de vennootschap 1] heeft niets, althans onvoldoende gesteld om aan te kunnen nemen dat [geïntimeerde 1] als “parent companies” of “shareholders” van [coöperatie 1] gelden, althans dat [de vennootschap 1] dit redelijkerwijs kon aannemen. Bovendien betreft de verplichting in artikel 1.2 de “No-Competition Clause” en niet artikel 8 ter Pro zake van “Confidentiality”. 3.17.7. [de vennootschap 1] beroept zich voorts op artikel 8 van Pro de distributie-overeenkomst luidende: “The
partiesshall bind their officers and employees using such materials to meet the confidentiality requirements.” Uit deze stelling van [de vennootschap 1] volgt reeds dat [geïntimeerden c.s.] , er kennelijk van uitgaande dat zij “officers” of “employees” zijn, nog apart gebonden moesten worden door [coöperatie 1] . Immers indien [geïntimeerden c.s.] al door de distributie-overeenkomst daaraan waren gebonden, dan zou deze bepaling zinledig zijn. In ieder geval heeft [de vennootschap 1] niet gesteld dat een overeenkomst tussen [coöperatie 1] enerzijds en [geïntimeerden c.s.] anderzijds is gesloten. 3.17.8. Het enkele feit dat [geïntimeerden c.s.] bekend was met het geheimhoudingsbeding brengt, anders dan [de vennootschap 1] aanvoert, niet mee dat [geïntimeerden c.s.] partij is bij de overeenkomst. 3.17.9 Op grond van het voorgaande, waarbij de onderstrepingen in de tekst van de distributie-overeenkomst van het hof zijn, is in het kader van dit kort geding voorshands voldoende aannemelijk geworden dat [coöperatie 1] ., die uitdrukkelijk “Distributor” wordt genoemd, partij is bij de distributie-overeenkomst en dat in die overeenkomst geen enkel aanknopingspunt is te vinden dat daarnaast [geïntimeerden c.s.] partij was, noch dat die overeenkomst aanknopingspunten voor [de vennootschap 1] heeft gegeven op grond waarvan zij er redelijkerwijs van uit mocht gaan dat [geïntimeerden c.s.] partij was bij de overeenkomst.
Maar ook indien [geïntimeerden c.s.] wel gehouden zou zijn tot nakoming van het geheimhoudingsbeding, zijn de stellingen van [de vennootschap 1] , gelet op hetgeen hierna zal worden overwogen, onvoldoende om te kunnen aannemen dat [geïntimeerden c.s.] tekort is geschoten in de nakoming van het geheimhoudingsbeding.