ECLI:NL:GHSHE:2017:3811

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
5 september 2017
Publicatiedatum
5 september 2017
Zaaknummer
200.178.676_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
artikel 21 Wet op het notarisambt
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep in civiele zaak over notarisambt en erven

In deze civiele procedure zijn appellanten, allen erven van wijlen mevrouw erflaatster, in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de rechtbank Limburg. De zaak betreft geschillen met betrekking tot de notaris, geïntimeerde in deze procedure.

Het hof heeft kennisgenomen van de ingediende stukken, waaronder de dagvaarding, memorie van grieven en antwoorden met producties van beide partijen. De procedure is nog niet afgerond; het hof heeft besloten partijen gelegenheid te geven tot pleidooi.

De zitting voor het pleidooi is vastgesteld op 4 januari 2018 om 13.00 uur in het Paleis van Justitie te ’s-Hertogenbosch. Iedere verdere beslissing blijft aangehouden tot na het pleidooi. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 5 september 2017.

Uitkomst: Het hof bepaalt een datum voor pleidooi en houdt verdere beslissing aan.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.178.676/01
arrest van 5 september 2017
in de zaak van

1.[appellant 1] ,wonende te [woonplaats] ,

2.
[appellant 2] ,wonende te [woonplaats] ,
3.
[appellant 3] ,wonende te [woonplaats] ,
4.
[appellant 4] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellanten,
allen in de hoedanigheid van erven van wijlen mevrouw [erflaatster] ,
advocaat: mr. M. Raaijmakers te Hoofddorp,
tegen

1.mr. [geïntimeerde] , in zijn hoedanigheid van notaris,wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde,
advocaat: mr. P.H. Kramer te Amsterdam,
2.
Maatschap [de maatschap] notarissen,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. P.H. Kramer te Amsterdam,
3.
[de vennootschap] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. R.H.F. Mertens te Maastricht,
op het bij exploot van dagvaarding van 31 augustus 2015 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht van 10 juni 2015, gewezen tussen appellanten als eisers en geïntimeerden als gedaagden.

1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/196869/HAZA 14-580)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2.Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding in hoger beroep;
  • de memorie van grieven;
  • de memorie van antwoord van de zijde van geïntimeerde sub 3, met producties;
  • de memorie van antwoord van de zijde van geïntimeerden sub 1 en 2, met productie;
- de doorhaling van de zaak ten aanzien van geïntimeerde sub 3.
Appellanten hebben pleidooi gevraagd.

3.De beoordeling

Het hof zal het verzoek om een datum voor pleidooi te bepalen honoreren. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4.De uitspraak

Het hof:
bepaalt dat partijen gelegenheid wordt geboden voor pleidooi;
bepaalt dat daartoe zitting zal worden gehouden op
4 januari 2018 om 13.00 uurin het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te ’s-Hertogenbosch;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. E.A.M. van Oorschot, J.J. Verhoeven en O.G.H. Milar en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 5 september 2017.
griffier rolraadsheer