Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
Feiten
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende kreeg op 2 juni 2015 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd wegens het ontbreken van een geldig parkeerbewijs op de Citadellaan in ’s-Hertogenbosch. Na bezwaar en een ongegrond verklaard beroep bij de rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het hof.
Het hof oordeelde dat het belastbare feit zich daadwerkelijk had voorgedaan en dat de auto van belanghebbende geparkeerd stond in het juiste parkeergebied waar parkeerbelasting verschuldigd was. Hoewel het hof constateerde dat de uitspraak op bezwaar was ondertekend door een onbevoegd orgaan en dat het brondocument niet voorafgaand aan de hoorzitting in de bezwaarfase was verstrekt, achtte het hof deze onjuistheden niet benadelend voor belanghebbende en paste het artikel 6:22 Awb Pro toe om deze te passeren.
De rechtbank had ten onrechte aangenomen dat niet in geschil was dat geen parkeerbelasting was voldaan, maar belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat de verschuldigde parkeerbelasting was voldaan. Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verwierp het hoger beroep. Tevens wees het hof een vergoeding van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het hof bevestigt de naheffingsaanslag parkeerbelasting en verklaart het hoger beroep ongegrond.