ECLI:NL:GHSHE:2017:4290
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen navorderingsaanslagen en beschikkingen inkomstenbelasting en ZVW
Belanghebbende is in hoger beroep gekomen tegen meerdere beschikkingen en navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en ZVW over de jaren 2010 tot en met 2012. De rechtbank had het beroep tegen de navorderingsaanslag ZVW 2010 niet-ontvankelijk verklaard, terwijl de overige beroepen ongegrond werden verklaard.
Het geschil betrof onder meer de aftrek van een oninbare vordering op een derde partij, waarbij belanghebbende stelde dat een bedrag van €47.352 in mindering moest worden gebracht op het inkomen van 2011 of een ander jaar. Het hof oordeelde dat belanghebbende onvoorwaardelijk had ingestemd met een compromis over deze vordering in 2008 en daaraan gebonden was, waardoor geen aftrek meer mogelijk was in latere jaren.
Voorts oordeelde het hof dat het vermoeden van ambtsmisdrijven door de Belastingdienst niet valt onder de gevallen genoemd in artikel 162 Wetboek Pro van Strafvordering, zodat belanghebbende daarvoor geen aangifte bij het hof kon doen.
Het hof verklaarde het hoger beroep tegen de navorderingsaanslag ZVW 2010 gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze betrekking had op deze aanslag en oordeelde dat het beroep tegen deze aanslag ongegrond was. Het hoger beroep tegen de overige aanslagen en beschikkingen werd ongegrond verklaard. Het betaalde griffierecht voor het hoger beroep werd aan belanghebbende terugbetaald.
Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend aan belanghebbende omdat hij hier niet om had verzocht en het hof geen aanleiding zag om dit ambtshalve toe te kennen.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de navorderingsaanslag ZVW 2010 is gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd, terwijl de overige hoger beroepen ongegrond zijn verklaard.