Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- mevrouw [bewindvoerder] , hierna te noemen: de bewindvoerder,
- mevrouw [beschermingsbewindvoerder 1] in haar hoedanigheid van informante, hierna
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellante is bij vonnis van 9 juni 2015 toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft op verzoek van de bewindvoerder de regeling tussentijds beëindigd omdat appellante haar verplichtingen niet naar behoren nakwam, met name de informatie- en sollicitatieplicht.
Appellante is het hier niet mee eens en stelt dat zij niet is opgeroepen voor de beëindigingszitting, dat zij door persoonlijke omstandigheden niet kon solliciteren en dat zij in de veronderstelling verkeerde dat zij vrijstelling had van de sollicitatieplicht. Zij verzoekt vernietiging van het vonnis en verlenging van de regeling.
Het hof oordeelt dat het niet gehoord zijn in eerste aanleg niet leidt tot terugverwijzing omdat het hoger beroep de zaak integraal behandelt. Het hof stelt vast dat appellante ondanks waarschuwingen en verhoren structureel tekort is geschoten in haar verplichtingen en dat deze tekortkomingen haar kunnen worden toegerekend. Ook na beëindiging van de regeling heeft zij onvoldoende inspanningen getoond en de bewindvoerder niet adequaat geïnformeerd.
Gelet op de ernst en herhaling van de tekortkomingen acht het hof geen grond voor verlenging van de schuldsaneringsregeling. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en beëindigt de regeling tussentijds.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende nakoming van verplichtingen en wijst het verzoek tot verlenging af.