Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Rotterdam,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de middelen
Nu de rechtbank [verzoeker] in staat van faillissement had verklaard en deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad was verklaard, achtte de rechtbank het niet mogelijk toelating tot de schuldsaneringsregeling te bewerkstelligen door indiening van een ‘regulier’ verzoek op grond van art. 284 Fw Pro. Het verzoek kon volgens de rechtbank niet worden aangemerkt als een verzoek als bedoeld in art. 15b Fw.
De tegen het arrest van 19 februari 2013 gerichte klachten van middel 1 kunnen derhalve niet tot cassatie leiden.
4.Beslissing
17 januari 2014.