Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant 1] ,
2.[appellant 2] ,
3.[appellant 3] ,
4.[appellant 4] ,
5.[appellant 5] ,
6.[appellant 6] ,
7.[appellant 7] ,
8.[appellant 8] ,
9.[appellant 9] ,
10.[appellant 10] ,
11.[appellant 11] ,
12.de gezamenlijke erfgenamen van [appellant 12] ,
13.[appellant 13] ,
14.[appellant 14] ,
15.[appellant 15] ,
16.[appellant 16] ,
17.[appellant 17] ,
18.[appellant 18] ,
19.[appellant 19] ,
20.[appellant 20] ,
21.[appellant 21] ,
22.[appellant 22] ,
23.[appellant 23] ,
24.[appellant 24] ,
25.[appellant 25] ,
26.[appellant 26] ,
27.[appellant 27] ,
28.[appellant 28] ,
29.[appellant 29] ,
30.[appellant 30] ,
31.[appellante 31] ,
32.[appellant 32] ,
33.[appellant 33] ,
34.[appellant 34] ,
Federatie Nederlandse Vakbeweging,
1.Het geding tot aan de verwijzing door de Hoge Raad
2.Het geding na verwijzing
3.De verdere beoordeling van het hoger beroep
binnendeze feitenvaststelling) de naar zijn oordeel relevante karakteristieken van dit geval gedestilleerd voor de bepaling van de maatstaf voor de uitleg van het Sociaal Plan. Of de heren [hoofd personeelszaken van de vennootschap 1] en [controller van de vennootschap 1] bevoegd waren om ook namens [de vennootschap 1] te onderhandelen over het Sociaal Plan heeft de Hoge Raad daarbij niet benoemd. Daaruit moet worden afgeleid dat deze omstandigheid naar het oordeel van de Hoge Raad niet relevant is, bij welk oordeel het hof zich aansluit. Het hof verwerpt het betoog van [de vennootschap 1] .
“voor de circa 35 medewerkers die in dienst van [de vennootschap 2] blijven genoeg garanties voor de nabije toekomst biedt”.