ECLI:NL:GHSHE:2017:4681
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen uithuisplaatsing minderjarige wegens hechtingsproblematiek en ouderlijke zorg
In deze zaak ging het om het hoger beroep van de vader tegen een beschikking tot uithuisplaatsing van zijn minderjarige kind, die sinds 2015 onder toezicht stond van een gecertificeerde instelling (GI). De rechtbank had eerder een machtiging verleend voor uithuisplaatsing bij de vader, later verlengd en aangevuld met een machtiging voor plaatsing in een netwerkpleeggezin of jeugdhulpaccommodatie.
De vader voerde aan dat de wettelijke vereisten voor uithuisplaatsing niet waren vervuld, dat de woonsituatie bij hem goed was en dat het kind hechtingsproblemen had die juist bij hem konden worden opgelost. De GI stelde dat de vader door eigen problematiek onvoldoende stabiliteit kon bieden en dat het kind dringend hulp nodig had. De moeder was geen voorstander van plaatsing in een neutraal pleeggezin.
Het hof overwoog dat het kind complexe gedrags- en hechtingsproblematiek heeft en een stabiele, veilige opvoedomgeving nodig heeft. De huidige plaatsing bij de grootouders van moederszijde bracht loyaliteitsproblemen en contactproblemen met de vader met zich mee. Het hof vond het in het belang van het kind om terug te keren naar de vader, onder de voorwaarde dat de GI opvoedondersteuning biedt en dat de vader deze accepteert. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd voor zover die de uithuisplaatsing buiten de vader betrof vanaf 4 november 2017, en de machtiging tot plaatsing bij de vader werd bekrachtigd tot 5 maart 2018.
Uitkomst: De uithuisplaatsing buiten de vader vanaf 4 november 2017 wordt vernietigd en het kind mag weer bij de vader wonen onder voorwaarde van opvoedondersteuning.