Uitspraak
Afdeling strafrecht
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
01-195457-16 tegen:
[verdachte] ,
- primair bepleit dat de verdachte van het hem ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken;
- subsidiair -voor het geval het hof toch tot enige bewezenverklaring zou komen- bepleit dat aan de verdachte met toepassing van het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen straf of maatregel zal worden opgelegd, althans dat zal worden volstaan met oplegging van een geheel voorwaardelijke straf;
- bepleit dat de in beslag genomen goederen zullen worden teruggegeven aan de verdachte, indien de verdachte wordt vrijgesproken.
68 verlichtingsarmaturen en/of 103 assimilatielampen en/of een hoeveelheid elektriciteitskabels en/of 2 schakelborden en/of 22 transformatoren en/of een flexibele slang en/of 6 koolstof filters en/of 4 buis afzuigers en/of 12 industriële ventilatoren (slakkenhuizen) en/of 4 tafel ventilatoren en/of twee kachels en/of 3 temperatuur/ventilatieregelaars en/of 2 dompelpompen en/of 2 jerrycans groeimiddel en/of 7 hygro/pH-meters en/of een knipschaar en/of een weegschaal en/of 5 flacons kunstmest à 5 liter en/of een aantal tijdklokken en/of onderdelen voor groepkasten,
waarvan hij en zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten.
68 verlichtingsarmaturen en 103 assimilatielampen en een hoeveelheid elektriciteitskabels en 2 schakelborden en 22 transformatoren en een flexibele slang en 6 koolstof filters en 4 buis afzuigers en 12 industriële ventilatoren (slakkenhuizen) en 4 tafel ventilatoren en twee kachels en 3 temperatuur/ventilatieregelaars en 2 dompelpompen en 2 jerrycans groeimiddel en 7 hygro/pH-meters en een knipschaar en een weegschaal en 5 flacons kunstmest à 5 liter en een aantal tijdklokken en onderdelen voor groepkasten,
waarvan hij wist dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman bepleit dat de verdachte van het hem ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Daartoe heeft hij aangevoerd -zakelijk weergegeven- dat de verdachte niet wist dat de stoffen en voorwerpen die hij voorhanden had, bestemd waren voor de beroeps- of bedrijfsmatige dan wel grootschalige hennepteelt (als bedoeld in artikel 11, derde respectievelijk vijfde lid, van de Opiumwet), omdat de bestemming van de goederen een heel andere kan zijn dan hennepteelt (bijvoorbeeld voor de horeca of teelt van andere gewassen). Bovendien zou de bestemming van de stoffen en voorwerpen ook de kleinschalige hennepteelt kunnen zijn (en derhalve anders dan de in artikel 11, derde of vijfde lid, van de Opiumwet bedoelde hennepteelt). Verdachte heeft dienaangaande nooit vragen gesteld aan zijn klanten.
- de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;
- de omstandigheid dat met het voorhanden hebben van stoffen en voorwerpen zoals bewezen verklaard, de grootschalige en/of beroeps- of bedrijfsmatige hennepteelt kan worden voorbereid of vergemakkelijkt;
- de omstandigheid dat verdachte heeft nagelaten (tijdig) de juiste maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat hij zich vanaf 1 maart 2015 niet schuldig zou maken aan overtreding van het nieuwe artikel 11a van de Opiumwet.
- de inhoud van het hem betreffende uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 18 augustus 2017, waaruit blijkt dat hij eerder door de strafrechter is veroordeeld, maar niet eerder ter zake van soortgelijke feiten;
- zijn overige persoonlijke omstandigheden, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken, in het bijzonder de omstandigheid dat hij schulden heeft en een zelfstandig autobedrijf heeft.
BESLISSING
taakstrafvoor de duur van
50 (vijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
25 (vijfentwintig) dagen hechtenis.
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: