Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
feit 5is [verdachte] ten laste gelegd dat hij
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
alleengebruikt wordt in de illegale hennepteelt. Voorbeelden hier van zijn: grote groeitenten van 3x3x1.5 meter, slakhuisventilatoren met een capaciteit van 5.000 m3, lampen tot en met 1000 Watt, relaiskasten en schakelkasten, watervaten tot en met 1.000 liter water, sproeisystemen, elektrische klimaat- en luchtvochtigheidsregelaars en droognetten tot acht lagen. De rechtbank acht het onaannemelijk dat dit soort artikelen, gelet op bijvoorbeeld de grootte of de capaciteit van het artikel, bestemd zijn voor de hobbymatige/kleinschalige hennepteelt.
Spannabis)zijn om te netwerken. [medeverdachte 4] vertelde dat zij “groothandelaren waren in apparatuur voor het opzetten van hennepkwekerijen” en [medeverdachte 3] heeft de undercoveragenten verteld dat “ze een groothandel” zijn en leveren aan growshops of bedrijven. Door zich als koper van apparatuur ten behoeve van een illegale hennepkwekerij voor te doen en daar naar te informeren bij [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] , hebben naar het oordeel van de rechtbank de undercoveragenten [medeverdachte 1] niet bewogen tot een handeling die niet al in haar bedoeling lag, namelijk de verkoop van artikelen ten behoeve van hennepkwekerijen.
€ 15.000,- zijn en die contant zijn betaald en de verklaringen van [verdachte] ter terechtzitting, dat [medeverdachte 1] nooit een transacties heeft gemeld bij de Financiële inlichtingen eenheid, acht de rechtbank het onder 3 en 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Nu [medeverdachte 1] vanaf 1 januari 2015 tot en met 19 januari 2017 geen enkele ongebruikelijke transactie heeft gemeld, heeft [medeverdachte 1] daarmee voldaan aan het een gewoonte maken daarvan. De rechtbank merkt hierbij op dat dit ook geldt voor de periode van 12 oktober 2012 tot 1 januari 2015. Echter tijdens die periode was het gewoonte maken van het niet melden van ongebruikelijke transacties nog niet afzonderlijk strafbaar gesteld.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN [verdachte]
8.OP TE LEGGEN STRAF
9.BESLAG
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 14a, 14b, 14c, 23, 24c, 33, 33a, 36b, 36c, 51 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en
- 11a van de Opiumwet en
- 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten en
- 16 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren terrorisme,
11.BESLISSING
gevangenisstrafvan
12 maanden;
proeftijdvan
2 jarenvast;
geldboetevan
€ 81.000,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 360 dagen;
mr. G. Schnitzler, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.M.E. van Dijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 juli 2022.