Uitspraak
GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,
6.Het verdere verloop van het geding
7.De verdere beoordeling
- dat [appellante] voorshands in staat geacht moet worden om maandelijks - ingaande per 1 [maand] 2017 - vóór het einde van elke maand, een bedrag van bijvoorbeeld € 350,= te storten op een bankrekening (en daar aan te houden) totdat zij aan haar zekerheidstellingverplichting heeft voldaan,
- dat een daartoe strekkende veroordeling kan worden versterkt met een dwangsom van € 100,= voor elke maand dat zij achterstallig is met de voldoening, met een maximum van € 15.000,=, en
- dat achterstallige termijnen binnen de termijn van twee maanden na betekening van dit arrest kunnen zijn gestort.