ECLI:NL:GHSHE:2017:4962
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verlenging inbewaringstelling in faillissementszaak wegens niet-nakoming informatieplicht
In deze civiele zaak heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 16 november 2017 de verlenging van de inbewaringstelling van appellant bekrachtigd. De rechtbank had de inbewaringstelling reeds met 30 dagen verlengd vanwege het niet voldoen aan de informatieplicht zoals bedoeld in de Faillissementswet. Appellant was het hiermee oneens en stelde dat de verlenging disproportioneel en onrechtmatig was, onder verwijzing naar het EVRM en de Faillissementswet.
Tijdens de mondelinge behandeling en het verhoor gaf appellant aan dat hij alle vragen naar waarheid had beantwoord, maar erkende ook dat hij op sommige momenten niet volledig had meegewerkt. De rechter-commissaris en curator stelden dat appellant nog steeds onvoldoende openheid van zaken gaf en dat er aanwijzingen waren dat hij na faillissement werkzaamheden verrichtte en inkomsten had verzwegen.
Het hof oordeelde dat ondanks de belangen van appellant, de belangen van de schuldeisers prevaleren en dat de inbewaringstelling proportioneel en subsidiariteit in acht nemend verlengd kon worden. Het hof achtte de verlenging noodzakelijk om de informatieplicht af te dwingen en verwees naar nader te horen getuigen. De belangen van appellant en zijn kinderen, waaronder de verwijzing naar het IVRK, maakten dit oordeel niet anders. Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de rechtbank en wees het beroep af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de inbewaringstelling van appellant wegens onvoldoende nakoming van zijn informatieplicht.