Uitspraak
1.Ten aanzien van de bewezenverklaringen van feiten 1 en 2
2.Ten aanzien van de strafbaarheid van het bewezenverklaarde
3.Ten aanzien van de strafbaarheid van de verdachte
moestgaan gelet op de ter beschikking staande gegevens.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze strafzaak stond het handelen van een politieagent centraal die meerdere malen schoot op een burger die hij verdenkte van het gooien van een vuurwerkbom. De rechtbank had verdachte vrijgesproken op grond van putatief noodweer en ontslagen van alle rechtsvervolging. De officier van justitie ging in hoger beroep en vorderde veroordeling.
Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank en voegde enkele aanvullingen toe. Het hof oordeelde dat het eerste schot op de voet van het slachtoffer een poging zware mishandeling was, en het tweede schot op het rechterbovenbeen zware mishandeling opleverde. De verdachte handelde niet ter uitvoering van een wettelijk voorschrift, zodat artikel 42 Sr Pro niet van toepassing was. Wel was sprake van putatief noodweer, omdat verdachte verontschuldigbaar dacht dat er een onmiddellijk dreigend gevaar was vanwege OMG-gerelateerd geweld en het gedrag van het slachtoffer.
Het hof nam in aanmerking dat de verdachte binnen een korte tijdspanne moest beslissen, dat hij geen andere mogelijkheden had dan het vuurwapen te gebruiken, en dat het slachtoffer niet reageerde op bevelen en handbewegingen maakte die verdachte als bedreigend ervoer. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering omdat verdachte van alle rechtsvervolging was ontslagen. Het hof benadrukte de schrijnende gevolgen voor het slachtoffer, maar stelde dat dit geen rol mocht spelen in de strafrechtelijke beoordeling.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens geslaagd beroep op putatief noodweer.