Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
redelijkerwijsmag worden aangenomen dat hij een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnd vuurwapen bij zich heeft en dit tegen personen zal gebruiken (sub a), dan wel om een persoon aan te houden die zich aan zijn aanhouding tracht te onttrekken en die wordt verdacht van het plegen van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld, en dat door zijn gevolg bedreigend voor de samenleving kan zijn (sub b onder 1 en 3).
dachtdat er sprake was van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld en dat door zijn gevolg bedreigend voor de samenleving kan zijn, maakt nog niet dat het dus geoorloofd is om gebruik te maken van een vuurwapen in de zin van artikel 7, eerste lid sub b onder 1 en 3 van de Ambtsinstructie.
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
1 primairten laste gelegde feit;
- verklaart het onder
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4.2 is omschreven;
- verklaart verdachte ter zake van de bewezenverklaarde feiten niet strafbaar en ontslaat hem van alle rechtsvervolging;
- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer]
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.