Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de beschikking gedifferentieerde premie WGA 2013, die aanvankelijk was vastgesteld op 0,84% en ambtshalve werd verlaagd naar 0,68%. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Hof.
Het geschil betrof de vraag of de premieheffing in strijd was met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, omdat volgens belanghebbende sprake zou zijn van een individuele en buitensporige last. De Inspecteur stelde dat de premie correct was vastgesteld volgens de wettelijke bepalingen en dat er sprake was van een fair balance tussen algemeen belang en individuele rechten.
Het Hof nam de feiten van de Rechtbank over, waaronder de sectorindeling en de berekeningswijze van de premie volgens de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv). Het Hof oordeelde dat de systematiek van de premieheffing niet in strijd is met het beginsel van fair balance en dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een buitensporige last.
De loonkostenstijging van 0,15222% werd als niet buitensporig beschouwd. Het Hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de Rechtbank. Tevens werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beschikking gedifferentieerde premie WGA 2013 bevestigd.