Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 4786689/243, rolnummer 16-1137)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met twee producties;
- de memorie van antwoord met een productie;
- de akte van de bewindvoerder;
- de antwoordakte van [geïntimeerde] .
3.De beoordeling
- [geïntimeerde] verhuurt sinds 1 april 1985 aan [betrokkene] (hierna: [betrokkene] ) de woning aan de [adres] te [plaats] , gemeente [gemeente] .
- In artikel 9 lid 1 sub a van Pro het op de huurovereenkomst toepasselijke huurreglement staat dat de huurder verplicht is om het gehuurde overeenkomstig de bestemming te gebruiken. De bestemming van het gehuurde is woonruimte.
- Bij beschikking van de kantonrechter van de toenmalige rechtbank ’s-Hertogenbosch van 9 augustus 2011 is een bewind ingesteld over alle goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan [betrokkene] en is appellante tot bewindvoerder benoemd. De bewindvoerder treedt daarom ten behoeve van [betrokkene] op als formele procespartij in deze procedure (HR 7 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:525).
- [geïntimeerde] heeft haar huurders door middel van diverse publicaties en brieven ervan op de hoogte gebracht dat het kweken van hennep in huurwoningen niet is toegestaan en dat daartegen streng wordt opgetreden.
- Op 16 december 2015 heeft de politie een inval gedaan in de huurwoning. De politie heeft daarbij in een aan de woning gebouwde schuur een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen met 71 hennepplanten. De hennepkwekerij was onder meer voorzien van acht assimilatielampen met spiegelkappen die door middel van verstelbare kettingen waren bevestigd aan het plafond, acht transformatoren, twee tijdschakelaars, een schakelbord, een koolstoffilter, een slakkenhuis, een kachel en een hydro-ph-meter. De wanden van de kwekerij waren bekleed met piepschuimplaten. Het plafond was bekleed met een zilveren folie. De politie heeft voorts sporen van eerdere oogst aangetroffen.
- In een vrijstaande schuur bij de woning heeft de politie op de genoemde datum diverse zaken ten behoeve van een hennepkwekerij aangetroffen, alsmede een ruimte waarin een hennepkwekerij had gezeten. In die ruimte stonden 121 kweekpotten met daarin resten aarde. De politie stelde vast dat de potten naar hennep roken.
- Op de genoemde datum heeft een medewerker van Enexis vastgesteld dat de elektriciteitsmeter van het perceel gemanipuleerd was: de verzegeling was verbroken. Bij e-mail van 11 juli 2016 heeft Enexis daarover het volgende meegedeeld aan [geïntimeerde] :
- Bij brief van 21 december 2015 heeft [geïntimeerde] aan [betrokkene] meegedeeld dat [geïntimeerde] tot een beëindiging van de huurovereenkomst wil komen en, kort gezegd, dat [betrokkene] ter voorkoming van proceskosten de huurovereenkomst zelf kan opzeggen.
- Bij brief van 28 december 2015 heeft de gemachtigde van [geïntimeerde] [betrokkene] nogmaals in de gelegenheid gesteld de huur zelf op te zeggen.
- De bewindvoerder heeft in januari 2016 laten weten dat niet tot vrijwillige opzegging van de huurovereenkomst wordt overgegaan.
- [betrokkene] en haar zoon [zoon] zijn door de politie gehoord als verdachte van het voorhanden hebben en telen van softdrugs. [betrokkene] heeft verklaard, kort samengevat, dat zij niet van de aanwezigheid van de hennepkwekerij op de hoogte was. [zoon] (32 jaar oud ten tijde van de ontdekking van de hennepkwekerij) heeft verklaard, kort samengevat, dat hij de hennepkwekerij al geruime tijd voor de politie-inval heeft opgebouwd en ingericht bij de woning van zijn moeder, terwijl hij zelf elders woonde, en dat niemand anders dan hijzelf van de aanwezigheid van de hennepkwekerij op de hoogte was.
- ontbinding van de huurovereenkomst;
- veroordeling van de bewindvoerder tot ontruiming van de woning;
- veroordeling van de bewindvoerder tot betaling van € 501,58 voor elke maand of gedeelte van een maand dat dat [betrokkene] het gehuurde vanaf 1 februari 2016 niet heeft ontruimd en verlaten;
- [betrokkene] is op grond van artikel 7:219 BW Pro verantwoordelijk voor de handelingen van haar zoon. Zij heeft haar zoon op het gehuurde toegelaten en niet voorkomen dat hij de hennepkwekerij heeft aangelegd en onderhouden. [betrokkene] is dus tekortgeschoten in de nakoming van de huurovereenkomst (rov. 3.2.1.).
- [betrokkene] had kunnen weten en had moeten vermoeden dat haar zoon zich in het gehuurde met hennepteelt bezig hield (rov. 3.2.3.).
- Er is niet gebleken van een bijzonder belang aan de zijde van [betrokkene] dat aan ontbinding van de huurovereenkomst in de weg staat (rov. 3.2.4.).
- De ontbinding van de huurovereenkomst is dus gerechtvaardigd (rov. 3.2.5.).
- de huurovereenkomst ontbonden;
- de bewindvoerder veroordeeld tot ontruiming van de woning;
- de bewindvoerder veroordeeld tot betaling van € 501,58 voor elke maand of gedeelte van een maand dat dat [betrokkene] het gehuurde vanaf 1 februari 2016 niet heeft ontruimd en verlaten.