Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[de vennootschap 1] A.G.,gevestigd te [vestigingsplaats] , Zwitserland,
[appellant 2] ,wonende te [woonplaats] , België,
[appellant 3] ,
[appellante 4] ,wonende te [woonplaats] , België,
[appellante 5] ,
1.[de vennootschap 2] , voorheen [de vennootschap 3] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[de vennootschap 4] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[de vennootschap 5] ,gevestigd te [vestigingsplaats] , Nederland,
8.Het verloop van de procedure na het tussenarrest van 26 januari 2016
- het genoemde tussenarrest van 26 januari 2016;
- het door de deskundigen opgemaakte rapport van 8 mei 2017;
- de zijdens [appellanten c.s.] genomen memorie na deskundigenbericht met producties;
- de zijdens [de vennootschap 2] genomen antwoordmemorie na deskundigenbericht;
- de zijdens [de vennootschap 4] en [de vennootschap 5] genomen memorie na deskundigenbericht.
9.De verdere beoordeling
(b) kan deze substantie bij de belading van de Stanleystad in [plaats 1] zijn meegekomen met de geladen nafta?
(c) heeft deze substantie tot gevolg gehad dat de zinken bodems van de tanks van de Stanleystad zijn aangetast op een wijze zoals beschreven en op foto's weergegeven in de door partijen in het geding gebrachte rapporten?
(e) gaat het om een aantasting die op het moment van ontdekking zeer recent was?
(f) kan de onderhavige beschadiging zijn ontstaan zonder dat water aanwezig was?
(h) kan de schade zijn ontstaan door de bij ATM uitgevoerde schoonmaakwerkzaamheden?
Het is dus uit te sluiten dat er loog of zuur in landtank 206 aanwezig is geweest, en vervolgens tijdens de belading in de tanks van de Stanleystad is beland[noot hof: lay-out conform het rapport].
Indien de vermeende zwarte substantie uit koolwaterstoffen of andere organische verbindingen zou hebben bestaan, welke mengbaar zijn met nafta, zou deze opgelost zijn in nafta.
Alle mogelijkheden om een monster van de zwarte substantie te verkrijgen zijn
Landtank 206, waaruit de nafta is beladen is een zgn. “aflooptank”, wat betekent dat nieuw product vanaf de destillatiekolom kan geladen worden in tank 206, terwijl tegelijkertijd product uit de tank naar de steiger verpompt kan worden. Zou de zwarte substantie op enig moment tijdens de belading vanuit de destillatiekolom in tank[
s]
206 zijn beland, bijvoorbeeld door een onvoorziene processtoornis, dan zou het zich niet homogeen over de gehele tank hebben verdeeld. De substantie zou men bijkomend dan ook ongetwijfeld in één of meerdere van de monsters hebben moeten aantreffen welke tijdens de belading van de Stanleystad werden genomen. Hiervan is echter geen bewijs aanwezig en dit zou ook, gelet op de eisen die aan het product worden gesteld, geleid hebben tot een onmiddellijk stopzetting van het laden en vervoeren van deze Nafta. De zwarte smurrie zou dan ook over alle tanks verdeeld geweest zijn doch dit is niet het geval. Omdat de zuigleiding in tank 206 op 1,8 meter hoog zich bevindt en de tank op geregelde tijdstippen wordt gedraineerd (verwijdering van eventueel hemelwater), is het eveneens uit te sluiten dat hetzwart product (in niet opgeloste vorm)zich onderaan in de tank heeft bevonden en mee werd getrokken bij het beladen. [de vennootschap 3] zou dit trouwens ook hebben opgemerkt bij het draineren.
De substantie werd na het lossen van de lading nafta in [plaats 2] tijdens het ventileren door de scheepsbemanning waargenomen op de bodems en de wanden van de tanks. Ook foto’s van tank 9 laten een zwarte verkleuring van de tankwanden, ladders zien. De aantasting van de zinkcoating beperkt zich echter tot de tanktops (en soms klein stukje van de onderzijde van de wanden) van de tanks.” De deskundigen “(…)
zijn dan ook van mening dat de substantie die waargenomen is op de tankwanden en bodems niet de substantie is die de aantasting heeft veroorzaakt.”
De tankwanden en tanktops van alle tanks werden in 2005 bekleed met een zinksilicaat van het type Hempel Galvosil. Het gaat hier om een anorganische zinksilicaat met hoge resistentie tegen organische vloeistoffen in afwezigheid van water en bij een vrij neutrale pH in de range tussen 6 en 9. Dit type lining wordt ook veelvuldig aangewend als tanklining voor transport van talrijke “olie”producten omwille van zijn hoge temperatuursresistentie (noodzakelijk in combinatie met een opwarmingscoil). Anderzijds gaat het om een vrij poreuze coating die snel verkleurt en hierdoor niet altijd even makkelijk te reinigen is. Het is een amfoteer materiaal wat betekent dat het zowel bij blootstelling aan een sterk zuur als blootstelling aan een sterk loog (base) versneld faalt en degradeert.
reden voor het falen van deze zinksilicaat is verwijdering door impact. Deze impact kan veroorzaakt worden door reinigingen met hoge druk waarbij getracht wordt om ook de poriën te reinigen en waarbij men vooral verouderde zinkcoatings soms vrij snel bij deze bewerkingen verwijdert (zoals eerder al gemeld is dit type lining vrij poreus en verkleurt dus snel wat moeilijk verwijderbaar is).
) in de rapporten, zijn eveneens chemische reacties die opgetreden zijn in combinaties met loog of alkalische reinigingsmiddelen (dit zijn de zogenaamde zinkzouten) waarbij het zink zich langzaam gaat opofferen maar waarbij het substraat nog niet blootstaat aan het elektrolyt en dus nog beschermd is tot zolang alle zink niet is “verbruikt”. Witte afzetting “verkleuring” is dus bij dit type coating niet noodzakelijkwijze te bestempelen als schade.
Het patroon van de roestvorming zoals waargenomen in de oneven tanks kan niet ontstaan zijn in de korte tijd tussen de belading in [plaats 1] en het schoonmaken van de tanks in [plaats 3] . Aangezien de Stanleystad meerdere gelijkaardige producten na elkaar heeft vervoerd vonden er geen tussentijdse grondige reinigingen plaats en is het dus ook meer dan logisch dat de schade er al eerder moet geweest zijn maar niet eerder werd opgemerkt dan na de grondige reiniging door ATM. Het is ook vrij logisch dat men de aantasting niet eerder heeft kunnen vaststellen aangezien verkleuring een degelijke inspectie verhindert en men zelf gecrackte verflagen niet zo kan vaststellen.”.
Indien de schade zou zijn veroorzaakt door een component die oplosbaar is in nafta (zoals bijvoorbeeld waterstofsulfide, H2S), zou de schade zich niet hebben beperkt tot de bodem van de tanks, maar zou ook de zinkcoating op de wanden zijn aangetast. Het schadepatroon duidt op een component die onoplosbaar is in nafta en zich onder de nafta op de tankbodem heeft bevonden. Meest logischerwijze gaat het om een verdunde zure, waterige oplossing
De aanwezigheid van water zou af te leiden zijn uit het uiterlijk van de ladingmonsters. HSR nafta is van nature een heldere en kleurloze vloeistof, waarbij de oplosbaarheid van water, afhankelijk van de temperatuur, maximaal 200 ppm bedraagt. Bij hogere watergehaltes wordt het uiterlijk troebel en zal de overmaat aan water uitzakken naar de bodem. Het in de ontvangen stukken aanwezige analyserapport van ladingmonsters welke naar verluidt afkomstig zijn van de scheepstanks voor lossing, vermeldt het uiterlijk als zijnde helder. De stukken bevatten ook geen aanwijzing op het meetrapport van de tanks van de Stanleystad dat vrij water zou zijn aangetroffen.
Indien de coating op de tanktops al eerder was beschadigd dan kan het zijn dat men door het reinigen slecht hechtende zinksilicaatlagen heeft doen loskomen waarbij invreting (pitting) ook zichtbaar is geworden. In ieder geval moet aantasting en invreting er al eerder geweest zijn en komt dit niet door het reinigen.
[deskundigen] concludeert “dat de schade aan de coating is ontstaan als gevolg van een verontreiniging in de lading nafta, vermoedelijk afkomstig van product uit de onderzijde van de landtank”.
omdat]
de beschermende carbonaat laag aantasting voorkomt.
n]
doende, en betreffende het schadeprofiel verwijst [deskundige 2] slechts naar het Bodycote RPC rapport.