Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
- primair bepleit dat het openbaar ministerie in de strafvervolging niet-ontvankelijk zal worden verklaard;
- subsidiair bepleit dat de verdachte van de gehele tenlastelegging zal worden vrijgesproken;
- meer subsidiair -voor het geval het hof tot enige bewezenverklaring zou komen- bepleit dat een lagere gevangenisstraf zal worden opgelegd dan door de rechtbank is opgelegd en door de advocaat-generaal thans wordt gevorderd;
- ten aanzien van de in beslag genomen auto bepleit dat deze teruggegeven dient te worden aan de rechthebbende.
- het feit dat de politie op de plaats delict geen verschillende scenario’s heeft gehanteerd, zodat geen zorgvuldig forensisch onderzoek heeft plaatsgevonden;
- de wijze waarop het onderzoek is ingericht, de wijze waarop de sporen zijn veilig gesteld en de keuzes die zijn gemaakt; dit heeft tot gevolg gehad dat belangrijk bewijsmateriaal verloren is gegaan en nader onderzoek niet meer mogelijk was of niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd;
- de keuzes van de politie om bepaalde goederen op de plaats delict niet te onderzoeken, te weten: de aangetroffen tas en de stoel waarop het slachtoffer zat; het laken dat over het slachtoffer was gelegd is voorts pas onderzocht na opdracht daartoe van de rechtbank;
- de omstandigheid dat er een ‘splitsing’ heeft plaatsgevonden in het onderzoek op de plaats delict doordat de politie een dag tussen het eerste deel en het tweede deel van het onderzoek heeft ingelast; het gaat daarbij volgens de verdediging om de vraag of door de splitsing onaanvaardbare risico’s worden genomen voor het verloren gaan van sporen;
- het feit dat geen onderzoek aan de gebitsprothese van het slachtoffer heeft plaatsgevonden;
- de omstandigheid dat op de verkeerde plaats de hals van het slachtoffer op biologisch materiaal is bemonsterd; weliswaar is de hals op een aantal plekken bemonsterd, maar op de locatie in de nek waar twee delen van het voorwerp dat voor het omsnoerend geweld heeft gezorgd bij elkaar kwamen heeft geen bemonstering plaatsgevonden;
- de omstandigheid dat de op de plaats delict aangetroffen sieraden op onjuiste wijze zijn veilig gesteld, zodat sporen kunnen zijn verdwenen of zijn gecontamineerd;
- de omstandigheid dat er onjuist onderzoek heeft plaatsgevonden naar het tijdstip van overlijden van het slachtoffer, in het bijzonder omdat het ‘nomogram van Henssge’ niet is toegepast;
- de omstandigheid dat op sporendragers aangetroffen in de berging van de woning sporen van een lid van de forensische opsporing van politie zijn aangetroffen, waaruit blijkt dat de regels met betrekking tot het veiligstellen van sporen niet zijn nageleefd;
- er niet gericht is gezocht naar betrokkenheid van een ander dan verdachte, terwijl DNA-sporen van een derde zijn aangetroffen.
- het waarschijnlijker is dat het overlijden van [slachtoffer] op vrijdag 17 januari 2014 heeft plaatsgevonden dan dat het overlijden op maandag 20 januari 2014 heeft plaatsgevonden;
- het waarschijnlijker is dat het overlijden van [slachtoffer] op vrijdag 17 januari 2014 heeft plaatsgevonden dan dat het overlijden op zondag 19 januari 2014 heeft plaatsgevonden;
- de hypothese dat het slachtoffer is overleden op vrijdag 17 januari 2014 (ongeveer) even waarschijnlijk is als de hypothese dat zij op zaterdag 18 januari 2014 is overleden.
- Verdachte had een relatie met het slachtoffer.
- Er hadden zich relatieproblemen voorgedaan en verdachte had zich dreigend uitgelaten over wat er zou gebeuren als [slachtoffer] bij hem weg zou gaan.
- Verdachte is degene geweest die het slachtoffer in zijn woning voor het laatst levend heeft gezien.
- Niemand heeft daarna meer van het slachtoffer vernomen, zij is haar afspraken op 17 januari 2014 niet nagekomen.
- Het slachtoffer is op 21 januari 2014 onder een laken dood aangetroffen op een bureaustoel in de studeerkamer van de woning van verdachte. Zij was gewurgd. Zij droeg dezelfde kleding als bij aankomst in de woning op 17 januari 2014.
- Diverse resultaten van DNA-onderzoeken wijzen in de richting van verdachte, waaronder sporen in de hals van het slachtoffer.
- Er waren geen sporen van braak aan de woning.
- In de woning waren diverse persoonlijke spullen van het slachtoffer, haar jas aan de kapstok, tas op een eetkamerstoel waar verdachte en het slachtoffer hadden gekaart en tevens haar bril. Ook de huissleutel van de woning van verdachte, in bezit van het slachtoffer, lag in de woning. Tevens was het hondje van het slachtoffer bij verdachte sinds 17 januari 2014.
- In totaal waren er vier huissleutels, de sleutel aangetroffen bij verdachte, twee sleutels aangetroffen in de woning (waaronder de sleutel van het slachtoffer) en de sleutel die de broer van verdachte had.
- Verdachte heeft vanaf vrijdagavond 17 januari 2014 diverse keren gepoogd zichzelf van het leven te beroven.
- Verdachte gebruikte de auto van het slachtoffer.
- Verdachte heeft op geen enkele wijze getracht in contact te komen met het slachtoffer, daar waar hij dat voorheen wel deed.
- Verdachte heeft geen verklaring gegeven waarom hij, in weerwil van de toekomstplannen die hij met het slachtoffer had, zelfmoord wilde plegen, noch heeft hij antwoord kunnen geven op de vraag hoe het kan dat het lichaam van het slachtoffer in zijn studeerkamer is terecht gekomen.
- Niet aannemelijk is geworden dat een ander betrokken was bij het overlijden van het slachtoffer.
Doodslag.
- het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 22 september 2017, waaruit blijkt dat hij voorafgaand aan het bewezen verklaarde feit eerder onherroepelijk door de strafrechter is veroordeeld, onder meer in het jaar 1995 ter zake van poging tot doodslag op zijn (toenmalige) echtgenote;
- het briefrapport van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, d.d. 24 januari 2014, opgemaakt door drs. [deskundige 3] , justitieel forensisch psychiater;
- het rapport, d.d. 10 juli 2014, opgemaakt door dr. [deskundige 4] , psychiater;
- het rapport, d.d. 1 juli 2014, opgemaakt door drs. [deskundige 5] , psycholoog;
- het rapport pro justitia van het Nederlands Forensisch Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, locatie Pieter Baan Centrum, d.d. 6 februari 2015, opgemaakt door [deskundige 6] , hoofd rapportage bij afwezigheid van [deskundige 7] , psycholoog, [deskundige 8] , psychiater in opleiding, en [deskundige 9] , psychiater;
- de overige persoonlijke omstandigheden van verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.
Wanneer de ter beschikking gestelde informatie wordt bestudeerd, met name de informatie
- de omstandigheid dat de verdachte zich in het verleden eerder heeft schuldig gemaakt aan een gewelddadig delict tegen zijn levenspartner, te weten: poging tot doodslag op zijn toenmalige echtgenote, waarvoor hij in 1995 is veroordeeld;
- de omstandigheid dat er sterke aanwijzingen bestaan dat bij de verdachte sprake is van agressieregulatie-problematiek, problematisch alcoholgebruik en klachten van terugkerende depressiviteit en achterdochtigheid;
- de omstandigheid dat de verdachte op geen enkele wijze inzicht heeft gegeven in zijn persoon en in zijn handelwijze ten aanzien van het bewezen verklaarde,
BESLISSING
- een personenauto, merk [merknaam personenauto] , type [typenaam] , kleur [kleur] , kenteken [kleur] , goednr. 1074359;
- 2.00 STK Sleutel;
- 1 STK Slot, merk Dom Cilinder, kleur grijs, cilinderslot kleine slaapkamer balkondeur, goednr. 1096619.