ECLI:NL:GHSHE:2017:556
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging weigering toelating schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende nakoming
Appellant verzocht de schuldsaneringsregeling toe te passen vanwege een totale schuldenlast van €41.230,90, waaronder belastingschulden, een schuld aan het CJIB en een clusterschuld aan de gemeente. De rechtbank wees het verzoek af op grond van artikel 288 lid 1 sub b en Pro c Faillissementswet, omdat appellant niet te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek en onvoldoende aannemelijk was dat hij de verplichtingen uit de regeling zou nakomen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn detentie in Duitsland tussen 2011 en 2014 de oorzaak was van het ontstaan en oplopen van schulden, dat hij wel heeft gewerkt na detentie en dat hij een drugsverslaving onder controle heeft. Hij deed tevens een beroep op de hardheidsclausule. Het hof oordeelde dat de belastingschulden en boetes aan het CJIB naar hun aard niet te goeder trouw zijn ontstaan en dat detentie hem kan worden verweten, waardoor hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij te goeder trouw was.
Het beroep op de hardheidsclausule faalde omdat appellant onvoldoende inzicht gaf in de omstandigheden die tot de schulden hebben geleid en onvoldoende aannemelijk maakte dat hij deze onder controle heeft. Ook de recente veranderingen in zijn situatie, zoals werk en beschermingsbewind, zijn nog te recent om van een bestendige gedragsverandering te spreken.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de weigering van toelating tot de schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende nakoming van verplichtingen.