Uitspraak
5.Het verdere verloop van de procedure
6.De verdere beoordeling
eventueelreeds ter uitvoering van het vonnis zou worden voldaan;
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellant was in 2013 en 2014 verzekerd bij de zorgverzekeraar onder een polis met een wettelijk en extra eigen risico. De zorgverzekeraar betaalde aan een zorgverlener (VvG) declaraties voor verleende zorg aan appellant en bracht het eigen risico bij appellant in rekening. In eerste aanleg vorderde de zorgverzekeraar betaling van de premieachterstand en het eigen risico, terwijl appellant tegenvorderingen had ingediend voor juiste facturen en ongedaanmaking van een aanmelding bij het Zorginstituut.
De kantonrechter oordeelde dat appellant inderdaad een premieachterstand had en dat het eigen risico terecht werd verhaald. Ook werd de aanmelding bij het Zorginstituut als rechtmatig beoordeeld. Appellant stelde in hoger beroep meerdere grieven in, waaronder betwisting van de premieachterstand, de zorgplicht van de verzekeraar en de juistheid van de aanmelding.
Het hof verwierp alle grieven. Het stelde vast dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat hij aan zijn betalingsverplichtingen had voldaan. Ook was er sprake van een geneeskundige behandelingsovereenkomst met de zorgverlener, waardoor de declaraties terecht waren. De aanmelding bij het Zorginstituut was een dwingendrechtelijke verplichting bij een premieachterstand van meer dan zes maanden. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellant in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van appellant af.