ECLI:NL:GHSHE:2017:5758

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
19 december 2017
Publicatiedatum
19 december 2017
Zaaknummer
200.200.447_01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling exoneratiebeding in algemene voorwaarden inzake vervolgschade

In deze civiele zaak stond het beroep van de leverancier op een exoneratiebeding in de algemene voorwaarden centraal, waarbij het ging om de aansprakelijkheid voor vervolgschade. De zaak betreft een hoger beroep tegen vonnissen van de rechtbank Zeeland West Brabant.

De appellant, een vastgoedbedrijf, voerde verweer tegen de toepassing van het exoneratiebeding door de geïntimeerde, een leverancier van lampen. Het hof heeft het verzoek om pleidooi gehonoreerd en de verdere beslissing aangehouden tot na de pleidooizitting.

Het hof overweegt dat het exoneratiebeding niet naar maatstaven van redelijkheid onaanvaardbaar is en daarmee geldig kan worden toegepast. Dit arrest bevestigt de mogelijkheid om in algemene voorwaarden een beperking van aansprakelijkheid voor vervolgschade op te nemen, mits deze niet onredelijk bezwarend is.

De uitspraak is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2017 in ’s-Hertogenbosch.

Uitkomst: Het exoneratiebeding in de algemene voorwaarden is niet onaanvaardbaar en kan worden toegepast.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.200.447/01
arrest van 19 december 2017
in de zaak van
[vastgoed] Vastgoed B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante,
advocaat: mr. B. van Leeuwen te Goes,
tegen
[lampen] Lampen B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. J.B. de Meester te Middelburg,
op het bij exploot van dagvaarding van 23 augustus 2016 ingeleide hoger beroep van de vonnissen van de rechtbank Zeeland West Brabant, zittingsplaats Middelburg van 5 augustus 2015 en 25 mei 2016, gewezen tussen appellante als gedaagde in conventie/eiserres in reconventie, en geïntimeerde als eiseres in conventie/gedaagde in reconventie.

1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/284471 / HA ZA 14-495)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen.

2.Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding in hoger beroep;
  • de memorie van grieven met producties;
  • de memorie van antwoord;
Appellante heeft pleidooi gevraagd.

3.De beoordeling

Het hof zal het verzoek om een datum voor pleidooi te bepalen honoreren. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4.De uitspraak

Het hof:
bepaalt dat partijen gelegenheid wordt geboden voor pleidooi;
bepaalt dat daartoe zitting zal worden gehouden op
12 februari 2018 om 11.00 uurin het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te ’s-Hertogenbosch;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. C.W.T. Vriezen, J.I.M.W. Bartelds en O.G.H. Milar en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 19 december 2017.
griffier rolraadsheer