Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 4564310 CV EXPL 15-8502)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De werknemer was in dienst bij Stichting Sportservice Noord-Brabant tot 31 december 2013. Hij meende arbeidsongeschikt te zijn wegens ziekte vanaf eind november 2013, maar had zich niet conform de arbeidsovereenkomst en gemaakte afspraken ziek gemeld bij zijn werkgever. In plaats daarvan meldde hij zich via een WhatsApp-bericht aan een medewerker van de gemeente, wat niet als ziekmelding aan de werkgever werd aangemerkt.
De werkgever stelde dat zij niet op de hoogte was van de arbeidsongeschiktheid en dat de werknemer geen werkzaamheden meer had verricht na 27 november 2013. De werknemer stuurde een brief van zijn huisarts, maar dit was onvoldoende om arbeidsongeschiktheid aan te tonen. Bovendien ging hij zonder overleg op vakantie naar Canada.
De kantonrechter wees de loonvordering over december 2013 af, maar kende wel vakantietoeslag toe over juni tot en met november 2013. Het hof bevestigde dit oordeel en verwierp alle grieven van de werknemer, omdat hij niet had voldaan aan zijn ziekmeldingsplicht en onvoldoende bewijs had geleverd van arbeidsongeschiktheid. De proceskosten van het hoger beroep werden aan de werknemer opgelegd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de loonvordering over december 2013 af wegens niet-naleving ziekmeldingsplicht en onvoldoende bewijs van arbeidsongeschiktheid.