Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 4516871\CV EXPL 15-11497)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven en producties;
- de memorie van antwoord met producties.
3.De beoordeling
kwijting te betalen een bedrag van primair € 675.000,-, althans € 454.000,-, althans
€ 445.241,-, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro, vanaf de
datum waarop de betaling had moeten zijn verricht, te weten vanaf 22 december
2014, althans 28 februari 2015, althans vanaf de dag der dagvaarding tot aan de
datum der algehele voldoening;
II. [geïntimeerde] te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [appellante]
te betalen een bedrag ad € 5.150,-, althans € 4.045,-, althans € 4.001,21
ter zake de door [appellante] en [betrokkene] gemaakte buitengerechtelijke
incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro vanaf
de dag der dagvaarding tot aan de datum der algehele voldoening;
III. [geïntimeerde] te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [appellante]
te betalen een bedrag ad € 10.160,88 ter zake de door [appellante]
en [betrokkene] gemaakte kosten voor het inschakelen van adviseurs voor
vaststelling van de schade en voorkoming van verdere schade, te vermeerderen met
de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro vanaf de dag der dagvaarding tot aan de
datum der algehele voldoening;
IV. [geïntimeerde] te veroordelen in de kosten van deze procedure, te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het in deze te wijzen vonnis en, voor het geval betaling daarvan niet binnen die termijn plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf die termijn voor voldoening, alsmede te vermeerderen met de
nakosten als bedoeld in het liquidatietarief rechtbanken en gerechtshoven.